Nieuws

Aanpassen pensioenwet naar 1 pensioenleeftijd

De staatssecretaris schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat zij de mogelijkheden en risico’s heeft onderzocht “van een dusdanige aanpassing van de Pensioenwet dat mogelijk wordt dat pensioenuitvoerders voor zowel bestaande als nieuwe aanspraken – onder actuarieel neutrale herrekening – 1 pensioenleeftijd kunnen hanteren zonder tussenkomst van de individuele pensioendeelnemers”.

Haar redenering:

“Bij het collectief actuarieel herrekenen van aanspraken naar een hogere pensioenrichtleeftijd (67 jaar) wordt de omvang van de pensioenuitkering vanaf die nieuwe pensioenleeftijd hoger. Er is in zoverre derhalve geen sprake van een aantasting van pensioenaanspraken. Het proces van waardeoverdracht en de instemming van individuele deelnemers, zoals dat geregeld is in de Pensioenwet, is dan ook niet aan de orde. Wel kan een wijziging van de pensioenovereenkomst aan de orde zijn, maar daar is het reguliere arbeidsovereenkomstenrecht op van toepassing.  Een pensioenuitvoerder kan besluiten tot collectieve herrekening naar een hogere pensioenleeftijd. Als die herrekening actuarieel neutraal plaatsvindt en het pensioenreglement erin voorziet dat betrokkene de pensioeningangsdatum individueel weer naar de oorspronkelijke pensioenleeftijd terug kan zetten, zonder dat dit op voorhand de rechten aantast, dan biedt de Pensioenwet hiervoor de ruimte. Een aanpassing van de Pensioenwet is daarvoor niet noodzakelijk.”

Uiteindelijk pensioenresultaat

Wel erkent Klijnsma dat na een actuarieel neutrale omzetting naar 1 pensioenleeftijd (en vervolgens individueel terugzetten naar de oorspronkelijke pensioenleeftijd) verschil kan uitmaken op het uiteindelijke pensioenresultaat. Maar dergelijke verschillen zijn niet nieuw, nuanceert zij dit feit. “Ook nu krijgen veel deelnemers gepresenteerd hoe hoog het pensioen is als ze eerder of later uittreden. Dat er verschillen ontstaan is inherent aan het hanteren van collectieve factoren die periodiek worden herzien. De verschillen die als gevolg van deze factoren kunnen ontstaan, zijn klein in verhouding tot andere factoren die een veel grotere invloed op het uiteindelijke pensioenresultaat hebben (zoals een verandering in de levensverwachting of kortingen). Ik verwacht op basis van de huidige stand van zaken dan ook geen problemen bij de collectieve omzetting naar 1 pensioenleeftijd.”

Besparing uitvoeringskosten

Het verzoek om 1 pensioenleeftijd te kunnen hanteren kan aantrekkelijk zijn voor pensioenuitvoerders vanwege de aanpassing van de pensioenrichtleeftijd in het Witteveenkader in 2014. Het kan ook al per 2013 interessant zijn indien sociale partners op deze wetswijziging vooruitlopen. Het hanteren van 1 pensioenleeftijd maakt de uitvoering van de regeling makkelijker en misschien goedkoper. Klijnsma is wat dat betreft optimistisch en sluit niet uit dat een lager pensioenresultaat door de omzetting gecompenseerd kan worden door de lagere uitvoeringskosten. De Pensioenfederatie heeft gereageerd “blij te zijn dat nu duidelijk is dat collectieve omzetting naar 1 pensioenleeftijd kan geschieden, zonder individuele tussenkomst van de deelnemer.”

Artikel 83 Pensioenwet

De vraag is of Klijnsma het gelijk aan haar zijde heeft. Artikel 83 Pensioenwet is duidelijk: de pensioenuitvoerder kan aan een dergelijk verzoek van de werkgever meewerken onder de voorwaarde o.m. dat (lid 2) “de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of de pensioengerechtigden geen bezwaren jegens de pensioenuitvoerder kenbaar (hebben) gemaakt tegen de waardeoverdracht nadat zij over het voornemen schriftelijk zijn geïnformeerd.”

In het artikel en ook in de Memorie van Toelichting wordt geen uitzondering op deze regel gemaakt voor het geval dat sprake is van een actuarieel neutrale operatie. Het lijkt derhalve wat snel om nu te concluderen dat duidelijkheid is geschapen.

Bron: www.findinet.nl


Zie ook het nieuwsarchief: