Nieuws

Alternatief afstorting dga pensioen bij echtscheiding

Afstortingsverplichting DGA bij echtscheiding

Sinds 2007 is in de jurisprudentie een kentering zichtbaar geweest als het gaat om het recht op afstorting van oudedagsvoorzieningen die in eigen beheer zijn opgebouwd dan wel in eigen beheer worden gehouden. In 2007 oordeelde de Hoge Raad als rechtsregel dat de verevenings(pensioen)aanspraken van de vrouw in beginsel door de echtgenoot/directer groot aandeelhouder (DGA) dienen te worden afgestort. Een uitzondering geldt als aannemelijk wordt gemaakt dat er geen liquide middelen vrijgemaakt of aangetrokken kunnen worden zonder dat de continuïteit van de onderneming van de rechtspersoon hierdoor in gevaar komt.

Alternatieven voor afstorting

In standaard gevallen maken ex-partners aanspraak op elkaars opgebouwde ouderdomspensioenrechten op grond van de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (Wet VPS). Afwijken van deze wet is echter mogelijk en dat leidt in de praktijk tot veel voorkomende verrekeningen van de pensioenaanspraken, juist in de gevallen dat er in eigen beheer pensioen is opgebouwd. Een mogelijkheid daarbij is om de “verrekeningsgerechtigde” (hierna gemakshalve “de vrouw”) een nieuwe lijfrente mee te geven als pensioenverrekeningslijfrente. Het voordeel in plaats van de pensioenverevening is dat de vrouw een geheel zelfstandig recht heeft dat naar eigen inzicht kan laten uitkeren (binnen de voorschriften voor de gefaciliteerde lijfrente!). De pensioenaanspraken van de man blijven volledig intact. Daarnaast ontstaat bij de man in privé een aftrekpost, die aantrekkelijk kan zijn, afhankelijk van zijn inkomen op dat moment.

Fiscaal wordt de uitgave voor een pensioenverrekeningslijfrente door de man voor de inkomstenbelasting aangemerkt als een persoonsgebonden aftrekpost op grond van artikel 6.6, Wet IB 2001. Een persoonsgebonden aftrekpost vermindert allereerst het inkomen uit werk en woning (box I), vervolgens het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box III) en tenslotte wordt het restant in mindering gebracht op het inkomen uit aanmerkelijk belang (box II). Voor zover de persoonsgebonden aftrekpost in een belastingjaar niet of niet volledig in aanmerking kan worden genomen, wordt het niet in aanmerking genomen bedrag door de bevoegde belastinginspecteur vastgesteld en doorgeschoven als onderdeel van de persoonsgebonden aftrek van het volgende kalenderjaar. De uitkeringen uit de lijfrente komen toe aan de vrouw (dan wel bij een - deels - nabestaandenlijfrente aan eventueel door de vrouw gewenste begunstigden) en worden progressief belast.

De wetgever heeft aan deze afwikkeling derhalve de volgende voorwaarden verbonden:

De premie wordt betaald aan een professionele verzekeringsmaatschappij.

De gewezen echtgenote wordt aangewezen als verzekeringnemer respectievelijk belastingplichtige voor de toepassing van artikel 3.125, lid 1, Wet IB 2001 (ten behoeve van de sanctiepalingen).

De voor de lijfrente betaalde premie wordt aangemerkt als premie voor een lijfrente die dient ter compensatie van een pensioentekort.

De lijfrente wordt aangemerkt als reguliere lijfrente, hetgeen betekent dat alle lijfrentevormen kunnen worden gekozen door de gewezen echtgenote, dus ook een nabestaandenlijfrente.

Naast de aftrek in privé van de persoongebonden aftrekpost bij de man kan er ook een voordeel behaald worden, zowel in de fiscale belasting (aftrek tegen een hoger tarief dan aftrek in de vennootschapsbelasting gecombineerd met de besparing in het aanmerkelijk belang) als in de liquiditeitspositie. Bij dit laatste breng ik onder de aandacht dat een (gedeeltelijke) afstorting van opgebouwd pensioen in eigen beheer (in beginsel) grotendeels ten laste van de fiscale pensioenvoorziening plaats heeft. Dat betekent dat er geen fiscale aftrek op dat moment mogelijk is, terwijl er wel liquiditeiten worden onttrokken aan de vennootschap.

Samenvatting voordelen pensioenverrekeningslijfrente

De voordelen voor de man (in het voorbeeld):

Een lager direct liquiditeitsbeslag, de privébetaling kan tegen het toptarief een besparing opleveren van 52%; tegenover een directe besparing tegen het VpB tarief van maximaal 25%, veelal lager.

Behoud van de volledige pensioenaanspraken.

De voordelen voor de vrouw:

Meer flexibiliteit in de aanwending.

De mogelijkheid van een risicodekking (nabestaandenlijfrente).

Bron: www.dukers-baelemans.nl

Zie ook het nieuwsarchief: