Nieuws

Beperking Witteveenkader kan economie oppepper geven

Onder de zogenoemde omkeerregel mogen in Nederland de pensioenpremies fiscaal worden afgetrokken, terwijl de pensioenuitkeringen belast zijn. De overheid stelt een maximum aan de aftrek van pensioenpremies via het zogenoemde Witteveenkader. In het Regeerakkoord is afgesproken dit maximum te verlagen van 2,25 procent per jaar nu naar 1,75 procent in 2015. Daarnaast zal over inkomens boven 100.000 euro niet langer fiscaal vriendelijk pensioen kunnen worden opgebouwd. Het sociaal akkoord geeft de sociale partners de mogelijkheid nog met aanpassingen van deze maatregelen te komen, waarvoor 250 miljoen euro ter beschikking is gesteld.

Ook na de versobering van het Witteveenkader is de pensioenambitie in Nederland hoog in vergelijking met andere landen. Bovendien leidt de verhoging van de pensioenleeftijd tot een langere opbouwperiode. Waar nu in 40 jaar maximaal 90 procent van het gemiddelde loon aan pensioen kan worden opgebouwd, kan een huidige jongere na de versobering van het Witteveenkader in 45 arbeidsjaren nog steeds een pensioen van bijna 80 procent van het gemiddelde loon bereiken. Daarnaast staat het mensen natuurlijk vrij zonder fiscaal voordeel te sparen voor aanvullend pensioen.

De beperking van het Witteveenkader dient primair een bezuinigingsdoelstelling, maar kan ook de bestedingen stimuleren. Er vallen namelijk voor circa 9 miljard aan pensioenpremies vrij. Voor zover dit bedrag niet hoeft te worden gebruikt om de pensioenpremies op kostendekkend niveau te brengen, kan het volledig worden teruggesluisd naar de werknemers. Dit stoelt op de gedachte dat zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel van pensioenpremies uitgesteld loon vormen. Aldus zou een substantiële en permanente impuls aan de koopkracht van huishoudens worden gegeven. In plaats hiervan zouden ook de pensioenregelingen kunnen worden verbeterd, bijvoorbeeld door de indexatie­ambitie te verhogen. Welke optie wordt gekozen, is een zaak van de sociale partners. Niettemin roept het kabinet hen op om – voor zover de financiële opzet van het pensioenfonds dit toelaat – in te zetten op het verlagen van pensioenpremies. Hier ligt inderdaad een mogelijkheid de binnenlandse economie aan te jagen zonder de begroting te belasten.

Een doorrekening met DELFI – het macro-economische model van DNB – toont dit aan. Na een periode van vier jaar ligt het consumptievolume 2,3 procent hoger, en de economie als geheel 0,6 procent. Aangenomen is dat de vrijvallende premies (na belasting) volledig ten goede komen aan de werknemers. Doordat alle pensioenpremies onderdeel van de loonruimte vormen, gaat een dergelijke loonsverhoging niet ten koste van de internationale concurrentiepositie. Dit is een groot voordeel, gezien het open karakter van de Nederlandse economie. Van belang is verder dat de maatregel meteen tot extra belastingopbrengsten voor de overheid leidt. Het EMU-saldo verbetert daarmee aanzienlijk; uiteindelijk zelfs met meer dan 1 procent van het BBP, mede door het groeiversterkende effect van de maatregel.

De berekende effecten zullen lager uitpakken als de vrijvallende premies ook voor andere doeleinden worden gebruikt. Bovendien is het denkbaar dat werknemers – vooral die met hoge inkomens – de beperking van de verplichte pensioenopbouw deels zullen compenseren met extra vrijwillige besparingen. Ook daardoor zouden de bestedingseffecten van de maatregel worden gematigd.

De Nederlandse economie heeft er baat bij dat de versobering van het Witteveenkader resulteert in een verlaging van pensioenpremies, die de koopkracht van huishoudens versterkt. Door een combinatie van gematigde loonontwikkeling, oplopende werkloosheid, lastenverzwaringen en stijgende pensioen­premies daalt het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens al enkele jaren. Dit zet de consumptie van huishoudens onder druk. Terugsluis van vrijvallende premies naar huishoudens kan hier tegenwicht aan bieden en de economie een duw in de rug geven.

Bron: www.dnb.nl


Zie ook het nieuwsarchief: