Nieuws

Nieuw pensioencontract biedt snellere verlaging van pensioenen

Nederland kent straks twee verschillende soorten pensioenen. Het huidige pensioen, dat aan strengere eisen moet voldoen. En een pensioen dat streeft naar een uitkomst die is gecompenseerd voor geldontwaarding. Pensioenfondsen moeten straks zelf beslissen of ze over willen stappen naar het nieuwe pensioencontract of liever het oude pensioencontract willen hanteren. Het pensioenlandschap wordt een stuk complexer.

Hoofdlijnennotitie

Dat blijkt uit de hoofdlijnennotitie over de nieuwe regels voor aanvullende pensioenen die minister Kamp van Sociale Zaken vandaag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Bij het nieuwe pensioencontract worden de pensioenen sneller verlaagd dan nu. Het gaat wel om relatief kleine aanpassingen. De kortingen bij pensioenfondsen die het huidige pensioencontract houden, komen minder vaak voor, maar vallen dan wel hoger uit.

Dekkingsgraad wordt gemiddeld

Voor beide pensioencontracten geldt dat de dekkingsgraad, de verhouding tussen de bezittingen en de verplichtingen van een fonds, wordt gemiddeld. Er wordt een voortschrijdend gemiddelde gehanteerd van 12 maanden.

Ook wordt bij beide contracten de rekenrente gebaseerd op de risicovrije rente (de rente van ruilcontracten). Daarbij komt echter een belangrijke aanpassing. Zo wordt bij beide pensioencontracten de rekenrente waarmee de dekkingsgraad wordt berekend hoger. Dit gebeurt volgens een ingewikkelde systematiek die Europa ook aan verzekeraars gaat voorschrijven. Een hogere rekenrente leidt vanzelf tot een hogere dekkingsgraad.

Rekenrente

Het kan zijn dat minister Kamp de nieuwe rekenrente al gaat toepassen op de huidige situatie. Dit kan er toe leiden dat minder pensioenfondsen hoeven te korten en dat, waar er wel gekort moet worden, de korting minder groot is. De rekenrente bij het nieuwe pensioen wordt nog complexer, doordat er ook nog een afslag komt voor de inflatie. Hoe hoog die afslag wordt, hangt af van de indexatieambitie van het fonds. Minimaal moet de prijsinflatie worden gehanteerd. Het Centraal Planbureau zet hier vraagtekens bij. De keuze van het fonds kan namelijk leiden tot ‘substantiële generatie-effecten’. Een verlaging van de ambitie en afslag met 1%-punt kan de dekkingsgraad voor een gemiddeld fonds met 15%-punt doen stijgen, wat nadelig zal uitpakken voor jongeren. 

Kans op claims

De Staat loopt overigens nog steeds een risico op juridische claims van gepensioneerden die het niet eens zijn met een overheveling van opgebouwde rechten naar een nieuw pensioencontract. Wel biedt jurisprudentie van het Europees Hof mogelijkheden tot het onteigenen van pensioen-rechten als het algemeen belang daarmee is gediend. De voorwaarde is dan echter dat de pijn evenredig wordt verdeeld over verschillende groepen in de maatschappij. Daarom wil Kamp bij iedere overstap van een pensioenfonds naar het nieuwe pensioencontract een generatietoets invoeren. Ook moeten er meer bevoegdheden voor toezichthouder DNB komen om toe te zien op de gekozen beleggingsmix van het fonds, zodat die geen generaties benadeelt. Nu hebben sociale partners nog de volledige vrijheid om de beleggingsmix aan te passen zonder daarbij rekening te houden met de gevolgen voor de verschillende generaties.

Bron: www.fd.nl

 

Zie ook het nieuwsarchief: