Nieuws

Veel pensioenregelingen op de schop

Tachtig procent van de pensioenregelingen moet aangepast worden vanwege de nieuwe fiscale grens aan de pensioenopbouw.

Dat blijkt uit een onderzoek van pensioenadviseur Towers Watson naar de impact van de pensioenplannen uit het regeerakkoord. De adviseur putte uit de eigen database van 155 pensioenfondsen met in totaal 3 miljoen premiebetalende deelnemers. De overige 20% van de pensioenregelingen heeft een opbouwpercentage van 1,75% of lager en valt daarmee al binnen de nieuwe marges, zegt John Smolenaers, senior adviseur bij Towers Watson

Fiscaal vriendelijk

Tot voor kort mochten pensioendeelnemers fiscaal vriendelijk 2,25% per jaar aan pensioen opbouwen op basis van het gemiddeld verdiende loon. PvdA en VVD willen dat percentage terugbrengen naar 1,75%. Na veertig jaar, zo is de redenering, leidt de maatregel tot een pensioen van 70% van het gemiddeld verdiende loon. Met het maximale opbouwpercentage van 2,25% was dat 90%. Als ook nog wordt meegenomen dat de pensioenleeftijd 67 jaar moet worden, voldoet slechts 2% van de pensioenregelingen, aldus Smolenaers.

Flink op achteruit

Vorige week meldde pensioenuitvoerder Syntrus Achmea al dat de pensioenen van modale inkomens op termijn dalen met 30% door de maatregelen uit het regeerakkoord. Tot voor kort was de zogeheten vervangingsratio, de vergelijking tussen de netto pensioenuitkering en het netto verdiende loon, 100%. Dat betekent dat een gepensioneerde er netto niets op achteruit ging.

Volgens Syntrus Achmea is deze ratio inmiddels gedaald tot 84% door de overgang van pensioenregelingen die afhangen van het laatstverdiende loon naar regelingen op basis van het gemiddeld verdiende loon. De pensioenuitvoerder berekende dat de maatregelen van het kabinet-Rutte 2 leiden tot een verdere daling naar 58%. In vergelijking met gepensioneerden gaan jonge werknemers er dus flink op achteruit.

Wonderlijk

De vraag is of de achteruitgang kwalijk is. Smolenaers van Towers Watson wijst erop dat Nederlanders via de pensioenen extreem veel sparen, maar tegelijkertijd grote hypotheekschulden hebben. ‘Het is eigenlijk wonderlijk dat die systemen los van elkaar opereren.’

Nu mensen een stuk langer zullen doorwerken, is een pensioenopbouw van 2,25% misschien ook wel te ruim, zegt Smolenaers. ‘Stel dat iemand van zijn 22ste tot 67ste werkt, dan spaart hij meer dan 100% van het gemiddelde loon.’

Hypotheekaflossing

Volgens hem is de versobering zo fors dat het huidige budget niet meer nodig is om de regeling te financieren. De vrijgevallen premie kan ingezet worden voor andere bestedingen. ‘Dat moet dan niet worden uitbetaald als extra salaris, maar bijvoorbeeld gereserveerd worden voor studiekosten of het aflossen van de hypotheek.’

Volgens Smolenaers is dit een goed moment voor werkgevers en werknemers om te bedenken hoe het huidige pensioendeel van de loonruimte in de toekomst op een flexibele manier kan worden ingezet. ‘Dat kan voor iedereen anders uitwerken. Huiseigenaren zullen het vaker gebruiken voor hypotheekaflossing en huurders bijvoorbeeld voor een studie.’

Bron: www.fd.nl

 

 

Zie ook het nieuwsarchief: